Home > Vissoorten > Salmonides > Chinook Salmon
Chinook Salmon
Oncorhynchus Tshawytscha
 
Familie:Salmonidae
Subfamilie:Salmoninae
Orde:Salmoniformes
Klasse:Actinopterygii
 
Max. Lengte:150 cm
Max. gepubliceerde gewicht:61.4 kg
Max. gepubliceerde leeftijd:9 jaar
 
Leefomgeving:benthopelagisch; anadroom; zoetwater; brakwater; zoutwater; diepteverspreiding 0 - 250 m
Klimaat:polair; 0 - 25°C
Verspreidingsgebied:Stille Oceaan, langs de gehele westkust van Noord Amerika (van Alaska tot en met Californië) en oostkust van Azië en in de rivieren die in dit gebied in zee uitsromen.
 
Determinatie:De chinook heeft een donkergroene/blauwe tot zwarte rug, matzilveren flanken die bezet zijn met onregelmatige. De ogen zijn relatief klein. Het lichaam is, ondanks de lengte, tamelijk gedrongen. De lichtgevorkte staart is bedekt met vlekken. De onderkaak eindigt puntig, het tandvlees is zwart gekleurd.
 
Biologie:Van de 6 Pacifische zalmsoorten is de chinook de grootste. De zwaarste chinook gevangen aan de hengel woog iets minder dan 100 pond. Zwaardere exemplaren zijn met netten gevangen.
Naarmate de zalmen dichter bij de paaigronden komen, verandert hun kleur van zilver in bruinrode en zwarte kleuren. Pacifische zalmen overlijden nadat ze zijn afgepaaid, in tegenstelling tot de Atlantische zalm.

Het vrouwtje maakt zelf 4 tot 5 nestkuilen waarin zij haar eieren legt. Na de bevruchting bewaakt het mannetje deze nesten, meestal voor een periode van 4 tot 25 dagen waarna het mannetje sterft. De eieren zijn zeer groot, groter dan bij andere zalmsoorten, waardoor er relatief weinig jongen zijn. De jonge zalmpjes komen na 90 tot 150 dagen uit, afhankelijk van de watertemperatuur. Het uitkomen vindt meestal plaats in de lente, wanneer de omstandigheden de jonge vis de grootste kans tot overleden bieden.

Jonge chinook verblijft 3 maanden tot 2 jaar in het zoete water voordat zij als smolt naar de riviermonding migreren. In de oceaan komen ze tot volle wasdom waarna zij na 1 tot 6 jaar terugkeren naar hun geboortegrond. Uitzondering hierop zijn mannetjes die al na één jaar terugkeren. Deze ‘jacks’ komen in het zoete water tot volle wasdom.

In het eerste jaar voedt chinook zich voornamelijk met insecten en kleine kreeftachtige. Op volle zee bestaat het voedsel merendeels uit vis en kreeftachtige. Het verspreidingsgebied in de oceaan kan zeer groot zijn: tot 1600 kilometer kunnen ze afleggen, ook al blijven grote aantallen in het kustgebied hangen.

Volwassen vissen keren in hun vierde of zesde levensjaar in het voorjaar terug naar hun geboortegronden. Afhankelijk van het gebied kan deze trek aanhouden tot ver in de zomer, soms zelf begin najaar.