| Home > Vissoorten > Salmonides > Coho Salmon | |
| Coho Salmon | |
![]() |
|
| Oncorhynchus Kisutch | |
| Familie: | Salmonidae (echte zalmen) |
| Subfamilie: | Salmoninae |
| Orde: | Salmoniformes (zalmachtigen) |
| Klasse: | Actinopterygii (straalvinnigen) |
| Max. Lengte: | 108 cm |
| Max. gepubliceerde gewicht: | 15.2 kg |
| Max. gepubliceerde leeftijd: | 5 jaar |
| Leefomgeving: | demersaal; anadroom; zoetwater; brakwater; zoutwater ; diepteverspreiding 0 - 90 m |
| Klimaat: | Polair en gematigd klimaat; 0 - 25°C |
| Verspreidingsgebied: | De coho komt voor in het gehele noordelijke gebied van de Pacifische Oceaan, zowel aan de Amerikaans als aan de Aziatische kust. Het oorspronkelijke verspreidingsgebied loopt door tot op de hoogte van noordelijk Californië. |
| Determinatie: | Op zee is de coho zilver gekleurd, met een donker grijs groene rug. Paairijpe vissen ondergaan een metamorfose. Kop en rug kleuren donkergroen, de flanken tenderen naar bruin en de buik is grijs tot zwart. De mannetjes dragen een horizontale vuurrode balk op hun flanken en de bovenkaak kent een zware, uitstekende haak. De rug kromt sterk. Zowel de mannetjes als vrouwtjes hebben zwarte stippen op de rug en dorsale vin. |
| Biologie: | Coho is één van de 7 soorten Pacifische zalmsoorten. Het is een anadrome vis. Anadroom betekent dat de vis van zee terugkeert naar de zoetwater geboortegronden. Ze paaien daar af en sterven vlak daarna. De coho is een karaktervolle (sport)vis en is in staat om grote obstakels te slechten tijdens de migratie naar de geboortegronden. Daarbij kunnen ze grote afstanden afleggen, groter dan bijvoorbeeld neef chum. Het eerste levensjaar brengt de coho door in zoet water. In het resterende deel van zijn leven zoekt de coho naar voedsel in de kustgebieden of op open zee om na het derde levensjaar weer terug te keren. Onvolgroeide mannetjes die in de zomer van hun tweede levensjaar terugkeren worden ‘jacks’ genoemd en wegen dan ongeveer 3 pond. Een volwassen coho is meestal ongeveer 8 pond zwaar, maar het gewicht is sterk afhankelijk van de run en de rivier. Coho’s in het Skeena gebied die in september en oktober terugkeren (de zgn. ‘northerns’) kunnen tot 20 pond of zwaarder wegen. Dit verschil heeft te maken met de visgronden waar zij vertoeven en met het feit dat de coho in het derde levensjaar enorm toeneemt in gewicht. Dus hoe later ze terugkeren, hoe zwaarder ze worden. De migratie naar hun geboortegronden start in de noordelijke gebieden vrij vroeg in de zomer. Hoe zuidelijker men komt, hoe later in het jaar de migratie valt. Optimale watertemperatuur tijdens de migratie bedraagt 7 tot 15 graden Celsius Coho paait graag af in kleinere rivieren die rechtstreeks uitmonden in zee of in grotere rivieren. Dergelijke rivieren hebben een groter aanbod aan voedsel voor de jonge vissen. Daarnaast zijn deze kleinere rivieren niet zo kwetsbaar voor verzilting tijdens hoog water. Wat betreft bodemgesteldheid en zuurstofgehalte van het water zijn ze vrij tolerant. De vrouwtjes kiezen de paaiplekken meestal aan de onderzijde van een pool vlak boven de stroomversnelling. Zij maken nestkuilen (redds genaamd) in een bodem van middelgrote kiezel. Dergelijke plekken hebben vaak een hoger zuurstofgehalte. Het paaien neemt ongeveer een week tijd in beslag. Gedurende die periode legt het vrouwtje, afhankelijk van haar lichaamsgewicht, 1500 tot 7000 eitjes. Het vrouwtje beschermt de nestkuilen gedurende een dag of tien waarna ook zij sterft. Afhankelijk van de watertemperatuur komen de eitjes na 8 tot 12 weken uit. Gedurende die periode zijn de bevruchte eitjes zeer kwetsbaar. Bijna 80% van de eitjes gaat verloren als gevolg van hoog water, verzilting, teruglopend zuurstofgehalte of vraat door vogels, vissen of insecten. De pas uitgekomen larven houden zich 4 tot 10 weken schuil tussen de kiezel. Nadat hun dooierzak geabsorbeerd is zoeken zij in schoolverband dekking in het ondiepere en langzaam stromende water. Later, als parr, worden ze individualistisch en zoeken ze een eigen plek in de hoofdstroom, meestal aan het begin van de pool (de sterkere exemplaren) of aan het eind (de zwakkere). In die periode voeden zij zich voornamelijk met insecten. Aan het eind van hun eerste levensjaar nemen ze ook jonge vis op hun menu. In het daaropvolgende voorjaar (van maart tot mei) migreren ze naar zee (smoltfase). Deze tocht naar zee is ondermeer afhankelijk van de waterstanden, het voedselaanbod en het zuurstofgehalte van het warmer wordende rivierwater. Tijdens deze tocht zijn de coho’s ongeveer 10 tot 13 cm lang en vormen ze groepen van 10 tot 50 stuks. De scholen die zich bij de migratie gevormd hebben blijven meestal intact. De definitieve overgang naar het zoute water verloopt niet abrupt. Veel van de jonge coho’s blijven langere tijd hangen in de estuaria waar ze in korte tijd tot iets meer dan 20 centimeter uitgroeien. Voordat zij verder trekken verblijven ze enige maanden in dit gebied. Pas daarna trekken zij langs de kust noordwaarts waarbij ze niet verder de zee opgaan als 150 kilometer. Volwassen coho’s voeden zich in die periode voornamelijk met vis en kreeftachtigen. Tijdens de groei van smolt naar volwassenheid gaat 5% van het oorspronkelijke bestand alsnog ten onder. |