| Home > Vissoorten > Zoet water > Blankvoorn | |
| Blankvoorn | |
![]() |
|
| Rutilus rutilus | |
| Familie: | Cyprinidae (Karpers) |
| Subfamilie: | |
| Orde: | Cypriniformes (Karperachtigen) |
| Klasse: | Actinopterygii (Straalvinnigen) |
| Max. Lengte: | 46,0 cm |
| Max. gepubliceerde gewicht: | 1.840 g |
| Max. gepubliceerde leeftijd: | 14 jaar |
| Leefomgeving: | benthopelagisch; potamodroom: zoetwater; brakwater; diepteverspreiding - 15 m |
| Klimaat: | gematigd; 10 20°C |
| Verspreidingsgebied: | Komt op natuurlijke wijze in geheel Europa voor met uitzondering van Spanje, Italiė, Griekenland en Ierland. Wel zijn ze in deze landen geļntroduceerd. |
| Determinatie: | De rug is donker en blauwgroen gekleurd, de flanken zijn zilverachtig en de buik zilverwit. Rug en staartvin kleuren donkergrijs tot bruin, de borstvinnen rood en buikvinnen en anaalvin oranje. In tegenstelling tot de ruisvoorn is de bek van de blankvoorn eindstandig. Het oog heeft aan de bovenzijde een rode vlek. (De ruisvoorn mist deze.) |
| Biologie: | De blankvoorn komt voor in grote scholen in langzaam stromend tot stilstaand water. de scholen worden gevormd door vissen van dezelfde jaarklasse. De scholen hebben een voorkeur voor de ondiepere oeverzone onder beschutting van waterplanten. In het koudere seizoen zoeken zij (oktober / november) dieper water op of gaan ze op zoek naar verwarmde plekken als havens en grachten van steden. Blankvoorn heeft in het voorjaar een trekgedrag naar de paaigronden. Paaien doen ze bij een watertemperatuur van ongeveer 14 graden Celsius en in ondiepe (oever)zones waar voldoende waterplanten voorhanden zijn. In stromend water waar planten ontbreken gebruiken blankvoorns stenen en grind om hun eieren af te zetten. Na het uitkomen trekken de larven en later de jonge vissen in scholen geleidelijk naar dieper water. De vis is omnivoor en voedt zich met waterplanten, algen, insecten, schaaldieren, weekdieren en jonge vis. Mede door het brede dieet kan de blankvoorn redelijk makkelijk overleven in (licht) vervuild water en kan ze de plek van andere vissen overnemen. |